Onderwijsonderzoek

Leesmotivatie versterken

Geschreven door: Masja Lebouille

Dat lezen en leesmotivatie van groot belang zijn voor het schoolsucces van een kind, zal geen enkele leerkracht ontkennen. Toch neemt de tijd die we aan lezen en voorlezen besteden steeds meer af, en gaan nog te veel leerlingen ongeletterd van school.
Anneke Smits en Erna van Koeven van hogeschool Windesheim beschrijven in het artikel ‘Geletterdheid en schoolsucces’ vijf basisprincipes van goed leesonderwijs. Zij geven nieuwe inzichten en praktische tips om direct mee aan de slag te gaan. Zo raden zij bijvoorbeeld aan om na groep 3 geen boeken meer te gebruiken die door restricties verarmd taalgebruik bevatten (zoals de AVI-boeken). Effectiever is het om bij het kiezen van een boek uit te gaan van de leeftijd van het kind, zoals de ABC-indeling in de bibliotheek. Ook de kwaliteit het boekenaanbod op school speelt een rol bij het ontwikkelen van leesmotivatie. Scholen hebben een collectie nodig van ongeveer 7 boeken per leerling, met een goede balans tussen fictie en non-fictie. Het is aan te raden om te kiezen voor boeken met rijke teksten (veel laagfrequente woorden, niet te korte zinnen, verbindingswoorden) van gerenommeerde uitgevers. Voor zwakke en ongemotiveerde lezers zijn luisterboeken essentieel. Ook serieboeken werken voor deze kinderen goed, omdat de kinderen de personages en de situatie al kennen.
Ook leggen Smits en van Koeven uit hoe je in de klas een ijzersterke leesroutine kunt opbouwen. Want je boekencollectie kan nog zo rijk zijn, als je als leerkracht niet het goede voorbeeld geeft en lezen echt belangrijk maakt, zal de intrinsieke motivatie niet toenemen. Zo is het bijvoorbeeld aan te raden om ook al in de groepen 1&2 (naast het voorlezen) vaste momenten in te plannen waarop alle kinderen zelfstandig ‘lezen’.

Bron:
http://geletterdheidenschoolsucces.blogspot.com/2018/02/vijf-basisprincipes-voor-goed.html 

De kans om één leerling te observeren

Geschreven door: Masja LeBouille (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.)

Leraren die samen een les ontwerpen, testen, evalueren en aanpassen; Lesson Study wordt op steeds meer scholen ingezet. In Japan en de Verenigde Staten zijn leraren al lang enthousiast en uit onderzoek van Russell Gersten (e.a.) is gebleken dat het een van de meest effectieve professionaliseringstechnieken is. Op de Alan Turingschool in Amsterdam maakt Lesson Study al vast onderdeel uit van het programma. Didactief bezocht een zogeheten ‘lab-les’ en ging in gesprek met het leerteam. Lesson Study biedt de een unieke kans om één leerling te observeren. De observanten kijken naar gedragsverwachtingen van leerlingen in combinatie tot een taak en doen voorspellingen over hoe een leerling op een bepaalde vraag of opdracht zal reageren. Een uur gericht observeren levert veel pedagogische en didactische inzichten op, die vervolgens met elkaar worden nabesproken. Lesson Study kan zo veel informatie geven over specifieke onderwijsbehoeften van leerlingen.

Didactief interviewde ook Tijmen Schipper, die onderzoek doet naar de voorwaarden om Lesson Study succesvol te maken. Naast de motivatie en bereidheid van leraren is een procesbegeleider van belang, die weet hoe hij communicatieprocessen aanstuurt en goed luistert naar het team. Idealiter komen leraren met verschillende expertises bijeen, zodat de input zo divers mogelijk is.

Bronnen:
Lees hier het onderzoek naar effectieve professionaliseringstechnieken (Gersten, ea.): https://ies.ed.gov/ncee/edlabs/regions/southeast/pdf/rel_2014010.pdf   
Lees hier het artikel over de Alan Turingschool: https://didactiefonline.nl/artikel/welkom-bij-de-lab-le
Lees hier het interview met Tijmen Schipper: https://didactiefonline.nl/artikel/werken-met-lesson-study-geeft-zelfvertrouwen  

Verder kijken dan werkdruk en salaris

Geschreven door: Masja LeBouille (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.)

Er is op dit moment veel onrust in het (basis)onderwijs. Onderwijsadviseur Machiel Karels spreekt in een artikel op LinkedIn van een ‘systeemcrisis’: stakende leraren, imagoproblemen, een groot lerarentekort. Deze problemen zijn symptomen van onderliggende processen, schrijft Karels. Als we de processen scherp in beeld hebben, zijn mogelijke oplossingen dichterbij.

Karels heeft een duidelijke analyse gemaakt van zes patronen die hij is tegengekomen in het onderwijs. Deze problemen gaan verder dan werkdruk en salaris. Zo beargumenteert hij dat ons leerstofjaarklassensysteem is ingericht op de niet-bestaande, gemiddelde leerling. Het uitgangspunt is de leerstof, terwijl dat volgens hem de kwaliteiten van de leerling zou moeten zijn.
Daarnaast beschrijft hij hoe tegenstrijdig de eisen zijn die we aan onze leraren stellen. Enerzijds verwachten we van leraren dat het flexibele professionals zijn die hun eigen onderwijs ontwerpen, anderzijds vragen we leraren te werken met methodes die weinig keuzevrijheid overlaten en ligt de focus op smalle toetsresultaten. Karels drukt in dit stuk leraren dan ook op het hart om professionele ruimte te nemen. Door allerlei oorzaken krijgen en nemen veel leraren deze vrijheid (nog) niet. Als er kritisch wordt gekeken naar de reglementen van bovenaf, is er veel meer mogelijk dan vaak wordt gedacht.

Bron: https://www.linkedin.com/pulse/het-onderwijs-verkeert-een-systeemcrisis-machiel-karels/ 

Meer talen in de klas

Geschreven door: Masja Lebouille (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Nederland is rijk aan vele culturen, streektalen en migrantentalen. Toch blijft het Nederlandse onderwijssysteem behoorlijk eentalig georiënteerd. Onderstaand artikel, gepubliceerd in Meertaal, gaat in op de wens van veel scholen om de voertalen minder strikt te scheiden, en om meer waardering en ruimte te creëren voor de thuistalen van de kinderen. Veel leraren zijn onzeker over hoe ze meertalige leerlingen extra kunnen ondersteunen. Daarnaast kan het voor leraren moeilijk zijn om ruimte te geven aan talen die zij zelf niet spreken. Zij vrezen ook dat leerlingen de verschillende talen met elkaar verwarren of dat leerlingen de thuistaal gebruiken om anderen buiten te sluiten. Onderzoek laat echter zien dat kinderen hun thuistalen vooral gebruiken om met elkaar te overleggen over schoolgerelateerde projecten en thema’s. NHL Stenden Hogeschool lanceerde drie meertaligheidsprojecten, waarvan de voorlopige opbrengsten in het artikel worden besproken. Zo kun je taalbewustzijn versterken door leerlingen een taalportret te laten maken, waarin zij laten zien welke talen ze al kennen, welke ze nog willen leren en waar de taal in lichaam zit, bijvoorbeeld in het hoofd, hart of handen.

Een ander artikel met veel praktische tips en handvaten om meertaligheid in je onderwijs te integreren, is onderstaand stuk van de PO-raad. Hierin wordt duidelijk uitgelegd hoe belangrijk het is om de thuistalen van kinderen regelmatig aandacht te geven, en lees je concrete tips hoe je hier direct mee aan de slag kan gaan.

Lees hier het artikel over de meertaligheidsprojecten: https://vangorcumtijdschriften.nl/meertaal/artikel/meer-meertaligheid-in-het-basisonderwijsja-maar-hoe-nieuwe-inzichten-door-meertaligheidsprojecten/ 

Lees hier het stuk van de PO-Raad:
https://www.poraad.nl/files/themas/school_kind_omgeving/ruimte_voor_nieuwe_talenten.pdf 

Cito-stress

Geschreven door: Masja Lebouille (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.)

De periodieke toetsen zitten erop, het analyseren van de scores kan beginnen. Voor veel leraren is dit een spannend moment. Het kan gebeuren dat resultaten lager uitpakken dan verwacht, en vaak leidt dit tot zorg, soms zelfs paniek. Een belangrijke vraag is of lage scores een signaal zijn dat er iets mankeert aan het onderwijs, of dat er andere zaken meespelen. Job Cöp, schoolleider en onderwijskundige, beschrijft op Wij-leren.nl hoe basisscholen het beste kunnen omgaan met tegenvallende resultaten. Hij stipt vijf kernpunten aan die als kapstok dienen bij het zoeken naar oorzaken en oplossingen. Zo legt hij uit waar het aan kan liggen als de scores van de methodetoetsen en de Cito-toetsen erg verschillen.
Een aanvulling op dit artikel is het blog ‘Toetsmanie en de januskop’, geschreven door Martin Bootsma. In dit blog verwijst Bootsma aan Graham Nuthall, die in zijn boek The hidden lives of learners beargumenteert dat een leraar niet elk jaar dezelfde resultaten behaalt. Als een werkwijze in de ene groep effectief blijkt, kan dat met een andere groep het jaar erna heel anders uitpakken. Tegenvallende resultaten zijn daarom niet automatisch te wijten aan de kwaliteit van de leraar, al voelen veel leerkrachten wel een bepaalde druk.
Die druk kan leiden tot valsspelen, schrijft Bootsma. Een paar situaties die hij tegenkwam in de praktijk: leraren die de woorden van de woordenschattoets van tevoren inoefenen, hulpmiddelen aan de muur tijdens de afname, huiswerkinstituten die citotoetsen inkopen en met de kinderen voorbereiden. Dit heeft invloed op de normering. Bij de cito 2.0-toetsen zijn de normeringen meerdere keren verhoogd, wat betekent dat kinderen de toets beter moeten maken voor dezelfde score. Paniek over cito-uitslagen richt schade aan. Laten we vooral kijken naar de groei die de kinderen op lange termijn doormaken, en de ontwikkeling van een klas als een gezamenlijke verantwoordelijkheid beschouwen.

Lees hier het artikel van Job Cöp:
https://wij-leren.nl/de-resultaten-vallen-tegen-wat%20nu.php 

Lees hier het blog van Martin Bootsma: https://meesterlezer.wordpress.com/2019/01/30/toetsmanie-en-de-januskop/ 

Werken aan gelijke kansen

Geschreven door: Masja Lebouille (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.)

Er bestaan nog steeds grote verschillen in onderwijskansen tussen kinderen van hoog- en laagopgeleide ouders (Borghans, Diris en Schils, 2018). De afgelopen jaren zijn deze verschillen gelijk gebleven. Met extra gerichte instructie worden weinig resultaten geboekt. Uit onderzoek blijkt dat de enige succesvolle programma’s zich kenmerken door het aanmoedigen van de ouderbetrokkenheid. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de manier van opvoeden doorwerkt in het leren op school. Op de website van Didactief staat een interessant artikel (eerder verschenen in ESB) dat de verschillen in onderwijskansen vanuit verschillende invalshoeken belicht.
Een stuk dat mij verder aan het denken zette was het opiniestuk van ondernemer Marian Spier in de Volkskrant (4 januari ’19). Zij licht toe op welke manieren kansenongelijkheid speelt op de Nederlandse arbeidsmarkt. Kansen op de arbeidsmarkt dien je zelf te creëren, in feite zit niemand op jou te wachten, schrijft Spier. Er zijn tal van intimiderende processen en vooroordelen die starters kunnen afschrikken. Het is vaak een kleine groep die de norm stelt binnen een organisatie, en met name voor nieuwe groepen kan het ingewikkeld zijn ertussen te komen. Wat je nodig hebt is zelfvertrouwen, doorzettingsvermogen, kennis van de maatschappij en sociale vaardigheden. Eigenschappen en attitudes die je misschien niet direct in de taal- en rekenles ontwikkelt, en niet iedereen van huis uit meekrijgt. Hier ligt in mijn ogen dan ook een taak voor het basisonderwijs. De vraag is wat leerkrachten kunnen doen om kinderen beter voor te bereiden op de hindernissen en uitdagingen van onze samenleving. Met een andere focus kunnen we op school misschien beginnen aan het dichten van de kloof.

Lees hier het artikel over kansenongelijkheid van Borghans, Diris en Schils: https://didactiefonline.nl/blog/blonz/sociale-ongelijkheid-in-het-onderwijs-is-hardnekkig 
Lees hier de column van Marian Spier over kansenongelijkheid: https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/-alles-is-mogelijk-geldt-niet-voor-iedereen~b92388e6/? 

 

De schoolleider met impact

Geschreven door: Masja Lebouille (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Dat een goede schoolleider verschil maakt, is geen nieuws. Laker, Hill, Mellon en Goddard (2016) werpen in hun onderzoek toch een nieuw licht op de kwaliteiten van een effectieve schoolleider. Zij bestudeerden de achtergronden, beslissingen en impact van 411 schoolleiders in Groot-Brittannië, en onderscheidden vijf verschillende leiderschapstypen: chirurgen, soldaten, accountants, filosofen en architecten.

Het blijkt dat er slechts een type schoolleider is dat op de langere termijn verschil maakt, namelijk het type ‘de architect’. Opvallend genoeg is dit juist het type schoolleider dat het minst erkend en beloond wordt. Bij dit type gaat er tijd overheen voor verbeteringen zichtbaar worden, waardoor de kans bestaat dat de leiderschapskwaliteiten over het hoofd worden gezien. Architecten geloven dat verandering tijd kost, en steken in het begin veel tijd in het creëren van een gezonde sfeer en het leggen van contacten binnen en buiten de school. In het derde jaar van hun aanstelling begint deze aanpak zijn vruchten af te werpen. Alleen bij de ‘architecten’ bleven de leerresultaten stijgen, zelfs lang nadat zij school hadden verlaten.
Helaas is dit type schoolleider zeldzaam. Martin Bootsma, leraar en redactievoorzitter van JSW, schrijft dat in het Nederlandse basisonderwijs vooral de ‘filosoof’ en de ‘chirurg’ te herkennen zijn. En daar hebben leraren en leerlingen maar weinig aan. Op zoek naar die architecten dus.

Lees verder op:
https://hbr.org/2016/10/the-one-type-of-leader-who-can-turn-around-a-failing-school 
https://meesterlezer.wordpress.com/2018/12/01/msh-2018/ 

 

Leerlingen trainen om elkaar feedback te geven

Geschreven door: Masja le Bouille (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.)

Als leerkracht geef je de hele dag door feedback. Je bent hierdoor veel aan het woord, en besteedt veel tijd aan nakijkwerk. Een alternatief is om leerlingen te betrekken bij het geven van feedback en het beoordelen van elkaar. Onderwijsinnovator Michiel Lucassen legt op de website van Vernieuwenderwijs uit hoe je leerlingen kunt trainen om elkaar effectieve feedback te geven.

Zo is in groep 7/8 het inzetten van een nakijkcommissie een mogelijkheid. Een wisselend groepje kinderen maakt een bepaalde opdracht of toets niet zelf, maar ontwerpt met elkaar een nakijkmodel en beoordeelt het werk van hun klasgenoten. De kinderen worden zich zo bewust van het nakijkproces, maar leren ook kritisch te kijken naar de vragen die worden gesteld.

Ook bij presentaties kan peerfeedback worden ingezet. Leerlingen luisteren actiever wanneer zij de spreekbeurt van een klasgenoot beoordelen. Hiervoor dienen de beoordelingscriteria helder te zijn. Het helpt als je samen met de leerlingen een rubric ontwerpt: een model waarin concreet staat omschreven waar de leerlingen op moeten letten. Lucassen beschrijft hoe je dat het beste kunt aanpakken. Natuurlijk is het belangrijk dat er een veilige sfeer is in de klas en dat eerst de tijd krijgen om te oefenen: wat zeg je wel en niet tegen elkaar? Hoe zorg je ervoor dat de ander er echt iets van leert? Als je er op jonge leeftijd mee begint, wordt effectief feedback geven heel gewoon.

Bronnen:

https://www.vernieuwenderwijs.nl/leerlingen-betrekken-bij-het-beoordelen/ 

https://www.vernieuwenderwijs.nl/rubrics-klas-zo-ga-er-mee-aan-slag/ 

Prijs beste masterthesis Onderwijswetenschappen 2017-2018

BAB lid Joshi Verschuren heeft de prijs voor de beste masterthesis Onderwijswetenschappen gewonnen met haar onderzoek naar de rol van mindset in het basisonderwijs.

Verschuren: 'Vele basisscholen besteden tegenwoordig aandacht aan de mindset van kinderen. Heeft een leerling een growth mindset, waarbij de leerling de opvatting heeft dat intelligentie veranderbaar is? Of heeft de leerling een fixed mindset, waarbij de leerling de opvatting heeft dat intelligentie vast staat? Waarom besteden zoveel basisscholen hier tegenwoordig eigenlijk aandacht aan? Hangt de mindset van leerlingen wel samen met de prestaties en inzet? En hoe zit het met de mindset van de leerkracht? In dit onderzoek is de rol van mindset in het basisonderwijs onderzocht.'

Meer weten over haar onderzoek? Mail naar Joshi: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 

Landelijke scriptieprijs Netwerk Universitaire Pabo's 

BAB lid Mariska Wesselo heeft de "Landelijke scriptieprijs Netwerk Universitaire Pabo's" gewonnen met haar bachelor scriptie over 'verhaaltjessommen'. Deze prijs wordt ieder jaar uitgereikt op de Netwerkdag van de Universitaire Pabo's in Nederland.

'Voor mijn bachelorscriptie heb ik onderzoek gedaan naar breukenopgaven. Hierbij heb ik gekeken naar de verschillen in prestaties wanneer deze opgaven numeriek of in verhaalvorm werden aangeboden', aldus de alumna van de Academische Pabo: 'Verhaaltjessommen zijn onderdeel van het realistisch rekenen dat leerlingen zou moeten helpen de opgaven beter te begrijpen. Leerlingen zouden door dit rekenen gemakkelijker de link leggen met de dagelijkse praktijk.'

https://www.universiteitleiden.nl/nieuws/2018/05/mariska-wesselo-wint-scriptieprijs-2018

 

Je brein als navigatiesysteem

Geschreven door: Masja le Bouille (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.)

Een hoogbegaafde leerling die ver beneden zijn niveau scoort op een toets: wat gaat er mis? In een tweetal blogs wordt beschreven hoe het komt dat hoogbegaafde kinderen soms onderpresteren, en hoe je als leerkracht aan de slag kunt gaan om die cito-resultaten aan te pakken.

Er komt een aantal veelvoorkomende problemen voorbij: kinderen die te letterlijk denken, niet goed of juist teveel lezen, niet gewend zijn om hun antwoorden na te kijken, het ‘waarom’ van een taak niet begrijpen, last hebben van de tijdsdruk of kampen met een laag zelfbeeld.

Ook opvallend: uit onderzoek (Veenman, 2015) blijkt dat veel hoogbegaafde leerlingen onvoldoende beschikken over metacognitieve vaardigheden, die onder andere nodig zijn om de strategie van een taak te bepalen, de taak stapsgewijs uit te voeren en de voortgang te ‘monitoren’. Het brein werkt in feite als een navigatiesysteem. Hoogbegaafde kinderen hebben de potentie om hier zeer sterk in te worden, maar zolang zij op school niet worden uitgedaagd om metacognitie te ontwikkelen blijft het een potentie en geen vaardigheid. De kunst is dus om hoogbegaafde kinderen hier zo vroeg mogelijk al bij te coachen.

2018 10 19 10 29 27

Bronnen:

Blog 1: https://www.specialisthoogbegaafdheid.nl/doelgericht-leren/lage-citoscore-hoogbegaafde-leerling/

Blog 2: https://www.specialisthoogbegaafdheid.nl/werken-hb-kids/cito-resultaten-verbeteren/

Veenman, M.V.J., (2015). Het herkennen en instrueren van metacognitieve vaardigheden. https://talentstimuleren.nl/?file=4592&m=1447073428&action=file.download

  • 1
  • 2